Actieplan Europa voor kapitaalmarktunie: meer details graag!

​Han van der Hoorn, beleidsadviseur Vermogensbeheer bij PGGM, werd door Pensioen Pro geïnterviewd over het actieplan van de Europese Commissie voor de kapitaalmarktunie. “Ik had eerlijk gezegd gehoopt op wat meer details”, zo geeft hij in het interview aan. Al stelt hij, samen met collega’s van andere pensioenuitvoeringsorganisaties, wel dat het aanpassen van regels vanuit Brussel een tijdrovend proces is. Lees het commentaar van Han van der Hoorn in het artikel in Pensioen Pro van 22 oktober 2015.

In de media

​‘Actieplan voor kapitaalmarktunie nog weinig concreet’


Pensioenbeleggers vinden het actieplan van de Europese Commissie om tot een kapitaalmarktunie te komen weinig concreet. Ook temperen ze de verwachting dat pensioenfondsen door het wegnemen van investeringsbarrières veel meer in Europa gaan beleggen dan ze nu al doen.
 
Enkele weken terug presenteerde de Europese Commissie haar actieplan om op termijn tot een kapitaalmarktunie te komen. Deze unie moet het voor beleggers makkelijker maken om in andere landen van de Europese Unie te investeren. Tegelijkertijd moeten bedrijven hierdoor voor hun financiering minder afhankelijk worden van banken.

In februari presenteerde de Europese Commissie al een groenboek over de kapitaalmarktunie, waarop belanghebbenden konden reageren. Eind september lanceerde de Commissie haar actieplan met de eerste maatregelen. Toch zijn pensioenbeleggers enigszins gereserveerd in hun eerste reactie op het actieplan. Zo wil APG het plan eerst bestuderen en zijn reactie delen met de Europese Commissie, voordat het hierover ‘naar de bredere buitenwereld’ communiceert.

Han van der Hoorn, adviseur van het hoofd vermogensbeheer bij PGGM, zegt het actieplan nog weinig concreet te vinden. ‘Ik had eerlijk gezegd gehoopt op wat meer details.’ Ook MN, PMT en PME laten in een gezamenlijke reactie weten dat het stuk van de Commissie heel uitgebreid, maar inderdaad weinig concreet is. Al geven ze tegelijkertijd aan dat het aanpassen van regels vanuit Brussel een tijdrovend proces is.

Toch noemt Van der Hoorn twee punten in het plan die hij relevant vindt voor pensioenfondsen. ‘In de eerste plaats de passage over securitisaties, waarbij bijvoorbeeld bundels hypotheken en creditcardleningen door banken worden verpakt en doorverkocht. De Europese Commissie wil het kapitaalbeslag voor securitisaties verlagen als ze aan strikte voorwaarden voldoen. Maar dit gaat dan alleen op voor situaties waarbij het risico volledig van de bankbalans verdwijnt.’

Van der Hoorn geeft aan dat PGGM alleen in securitisaties belegt als een deel van het risico ook bij de bank zelf blijft liggen. ‘Met de kredietcrisis in het achterhoofd, waarbij veel pakketjes uit rommelhypotheken bleken te bestaan, is dit een betere benadering. Wij pleiten ervoor om de lagere kapitaaleisen ook te laten gelden voor verpakte producten waarbij de risico’s door de kopende en verkopende partij worden gedeeld. Dit draagt bij aan een gezonder financieel systeem.’

PMT, MN en PME geven aan dat de kapitaalmarktunie er niet op gericht moet zijn om de balansen van banken te verlichten. ‘De unie zou er niet toe moeten leiden dat bankleningen via securitisaties bij andere financiële instellingen terechtkomen. We zijn niet tegen securitisaties in het algemeen, maar het gebruik ervan zal er niet toe leiden dat bedrijven minder afhankelijk worden van bankleningen.’
 

Infrastructuurbeleggingen

Een ander punt waar de adviseur met belangstelling naar kijkt is wat de Europese Commissie zegt over infrastructuurbeleggingen. ‘De Commissie stelt voor om bepaalde infrastructuurbeleggingen onder Solvency II een gunstigere behandeling te geven, om zo investeringen in deze categorie aan te jagen. Pensioenfondsen vallen niet onder het raamwerk van Solvency. Maar wellicht dat deze lijn ervoor zorgt dat ook voor hen de nationale kapitaaleisen voor infrastructuurbeleggingen minder streng worden.’

De Europese Commissie geeft in zijn actieplan aan dat discriminerende belastingwetgeving onder de loep genomen zal worden die internationale beleggingen voor pensioenfondsen en verzekeraars belemmert. Toch slaat Van der Hoorn niet echt aan op dit punt. ‘Zolang de belastingdruk voor bijvoorbeeld coupons en dividenden in een land helder is, zijn nationale verschillen niet per se een probleem. Naleving van eigen wetgeving blijkt in de praktijk soms een probleem, daar zou de Commissie wat aan moeten doen.’

Wel is het zo dat tot voor kort sommige landen onderscheid maakten tussen binnenlandse en buitenlandse beleggers als het gaat om belastingheffing, alleen voor beleggers in eigen land gold dan een vrijstelling. Van der Hoorn: ‘Buitenlandse beleggers leenden dan aandelen uit aan binnenlandse partijen om zo onder hun belastingplicht uit te komen. Maar sinds de invoering van de richtlijn AIFMD, die geldt voor beheerders van beleggingsfondsen, behoren deze praktijken gaandeweg steeds meer tot het verleden.’

PMT, PME en MN geven echter aan dat bepaalde nationale belastingwetgeving wel degelijk een belemmering vormt voor beleggers om direct geld uit te lenen aan bedrijven in andere landen. Hetzelfde geldt voor verschillen in faillissementswetgeving. Het drietal wijst er verder op dat er op dit moment op Europees niveau nog geen verslaggevingeisen zijn voor niet-beursgenoteerde bedrijven. ‘Standaardisering van nationale eisen zal de beslissing om direct te investeren makkelijker maken.’
 
Niet veel meer pensioenbeleggingen in Europa
Overigens tempert Van der Hoorn de verwachting dat PGGM na de oprichting van de kapitaalmarktunie veel meer in Europa gaat beleggen. ‘Vanuit risicospreiding zullen we altijd een aanzienlijk deel van onze portefeuille buiten Europa aanhouden. Temeer omdat de groeivooruitzichten voor de Europese Unie niet geweldig zijn. Daar komt bij dat op dit moment al meer dan de helft van onze portefeuille in Europa zit. Terwijl het continent slechts een kwart van de wereldeconomie uitmaakt.’

Daarom verwacht de adviseur dat het belang van PGGM in Europa hooguit nog licht zal kunnen stijgen als gevolg van de kapitaalmarktunie. ‘ Wel is het zo dat de kapitaalmarktunie niet alleen geldt voor pensioenfondsen. Het is de bedoeling dat de kapitaalmarkt in Europa meer dynamiek krijgt en minder afhankelijk wordt van banken. Als hierdoor investeringen in private equity en infrastructuur makkelijker worden, dan biedt dat kansen voor pensioenfondsen.’

PMT en PME investeren op dit moment ook meer dan 50% van hun vermogen in de Europese Unie. Ze verwachten daarom eveneens dat de kapitaalmarktunie niet zal leiden tot een aanzienlijke vergroting van dit belang.

De metaalfondsen en hun uitvoerder geven aan zonder kapitaalmarktunie nu ook al nauw betrokken te zijn bij het organiseren van nieuwe financieringsmogelijkheden voor het bedrijfsleven, via de Nederlandse investeringsinstelling. ‘Daarnaast hebben PMT en MN samen de trekkersrol vertolkt in het opzetten van het Hypotheeklabel Munt waaraan inmiddels ook PME is gecommitteerd. Hiermee worden hypotheken verstrekt buiten het bankwezen om.’

Van der Hoorn wijst nog op een ander Europees investeringsplan dat interessant kan zijn voor pensioenbeleggers: het European Fund for Strategic Investments dat uit de koker komt van commissievoorzitter Juncker. ‘Het is de bedoeling dat de Europese Investeringsbank (EIB) risicovollere beleggingen op gaat zoeken dan ze tot nu toe deed. De EIB zal gemiddeld een vijfde van de financiering voor haar rekening kunnen nemen, de rest moet komen van private partijen als pensioenfondsen.’

De adviseur noemt het gunstig dat de EIB als co-financier betrokken is bij bijvoorbeeld infrastructurele projecten. ‘Hierdoor zullen de financieringskosten mogelijk wat lager uitvallen. Maar nog belangrijker: landen zullen dan waarschijnlijk minder snel de spelregels tijdens de rit veranderen dan bij projecten waar alleen private investeerders bij betrokken zijn.’
 
Bron: Pensioen Pro

Senior Advisor Responsible Investment

Geef uw reactie