Bestuurders kunnen aan de slag met het nieuwe FTK

​Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken heeft de langverwachte aanpassing van het Financieel Toetsingskader (FTK) gepubliceerd. Haar wetsvoorstel bevat verbeteringen die zorgen voor meer stabiliteit, maar de rentevoet blijft van grote invloed, stelt Stef Vermeulen vast. Pensioenfondsbestuurders kunnen nu in elk geval aan de slag met een reeks beleidsvragen. 

Blog

​Woensdag 25 juni heeft staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken & Werkgelegenheid het langverwachte wetsvoorstel gepubliceerd dat volgens haar noodzakelijk technisch onderhoud bevat van het Nederlands pensioenstelsel. De zogeheten ‘Aanpassing Financieel Toetsingskader’ bevat wijzigingen van het FTK, die gelden voor alle pensioenfondsen met een uitkeringsovereenkomst. Na de zomer wordt het wetsvoorstel nog behandeld in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Bestuurlijke vragen

Op basis van dit wetsvoorstel kunnen de fondsen aan de slag met besluitvorming over de financiële opzet. Hoewel enkele onderwerpen nog in lagere regelgeving worden uitgewerkt, is er meer dan voldoende helderheid om van start te gaan. En dat begint met de beantwoording van een reeks bestuurlijke vragen die het nieuwe FTK oproept: welke hersteltermijn past bij ons pensioenfonds? Hoe geven we inhaalindexatie vorm? Kiezen we voor premiedemping en zo ja, in welke vorm? 

Verbeteringen

In een Quickscan (pdf) hebben wij een eerste duiding gegeven van de voorstellen en de belangrijkste beleidsvragen voor pensioenbestuurders op een rijtje gezet. Volgens Klijnsma zorgt het nieuwe FTK ervoor dat financiële mee- en tegenvallers gelijkmatiger kunnen worden gespreid over de tijd, wat zorgt voor meer stabiliteit in de uitkering van deelnemers. Ook krijgen pensioenfondsen meer ruimte om een beleggingsbeleid te voeren dat gericht is op een indexatieambitie, komen er duidelijke, eerlijke en evenwichtige regels voor de indexatie van pensioenen en komt er een stabiele kostendekkende premie.

Afdekspagaat blijft

Ook wij beschouwen de toegenomen stabiliteit als een verbetering, al daalt het indexatieperspectief voor gepensioneerden verder als gevolg van de toekomstbestendige indexering en het hoger VEV. We hebben vooral zorgen omdat de rentegevoeligheid in de waardering van de verplichtingen gehandhaafd blijft. Voor fondsen blijft dus wel degelijk een afdekspagaat bestaan.
Ook moeten de haalbaarheidstoets en het prudent person-beginsel nog in lagere regelgeving uitgewerkt worden en het is dus nog onzeker wat daar precies uitkomt. Tot slot is nog onduidelijk hoe precies omgegaan moet worden met de beëindiging van de huidige herstelplannen. De vraag is of fondsen bij het indienen van een nieuw herstelplan per 1 juli 2015 ook hun huidige beleid mogen herijken en bijvoorbeeld ook risico mogen toevoegen in hun beleggingsbeleid.

Lees met welke bestuurlijke vragen u aan de slag moet in onze Quickscan (pdf).

Lees ook van Stef Vermeulen:

Master Actuariaat & ALM

Geef uw reactie