Bouwen aan nieuwe Europese pensioenallianties

​Nederland heeft met het vertrek van de Britten uit de EU nieuwe bondgenoten nodig in Europese dossiers die belangrijk zijn voor ons pensioen.

Blog

Europa is volop in beweging. Het Brexit-proces nadert de ontknoping, in 2019 wordt een nieuw Europees Parlement gekozen en ook de Europese Commissie draagt volgend jaar  het stokje over. Deze ontwikkelingen maken politieke processen en allianties een stuk minder voorspelbaar, maar om ideeën te realiseren heb je medestanders nodig.

Vraagstukken met betrekking tot pensioenen, economie en politiek lossen zichzelf niet op, maar onze eens zo hechte club van 28 staten lijkt in een onzekere en chaotische periode te zijn beland. Op wie kunnen we rekenen wanneer we toch iets voor elkaar willen krijgen?

Brexit en pensioenorganisaties

De mogelijke gevolgen van een Brexit kunnen heel concreet zijn. Zo wordt een groot deel van de financiële en administratieve dienstverlening voor PGGM overzees uitgevoerd. Levert dit grote problemen op voor de Nederlandse pensioensector? Niet zonder meer.

Het verplaatsen van specifieke dienstverlening zou waarschijnlijk relatief makkelijk kunnen, afhankelijk van de soort en aanbieder. Zo zouden services als datalevering, handelsplatformen en effectenbewaring bij een goed aanbod prima kunnen opereren in een andere plaats, die wél onderdeel uitmaakt van de EU.

Het valt te verwachten dat issues zich op de langere termijn  meer op het politieke speelveld zullen voordoen. Specifieke eisen aan groene investeringen bijvoorbeeld, hebben grote invloed op investeerders in heel Europa.

In de Europese politieke arena gold het Verenigd Koninkrijk vaak als bondgenoot voor Nederland. Qua pensioenen lijkt het Britse stelsel van kapitaaldekking opvallend veel op het onze. Dit zorgt ervoor dat we vaak vergelijkbare wensen hebben in de Europese Raad en het Parlement. Een natuurlijk gevolg is dat je elkaar opzoekt in het besluitvormingsproces.

Politiek pragmatisme

Wanneer er wordt gestemd over regelgeving die ons aangaat, is het altijd fijn om een bondgenoot te hebben die serieus wordt genomen op het geopolitieke toneel. Zo vonden we met de Britten altijd een medestander in het voorkomen van kapitaalseisen voor pensioenfondsen op Europees niveau.

En met het VK droegen we vaak een gezamenlijke, uniforme boodschap naar de beleidsmakers in Brussel. Deze natuurlijke partner is binnenkort echter buiten beeld. Het maakt onze stem  in de Brusselse besluitvorming minder krachtig.

In een internationale politieke context kun je niet alleen optrekken: tijd dus om te zoeken naar nieuwe metgezellen. Europese wetgevers zijn druk met het opstellen van regelgeving rondom duurzaam beleggen, financieel toezicht en de nu te implementeren IORP II-richtlijn.

Dergelijke onderwerpen raken een pensioenorganisatie op heel directe wijze. Het is dan ook logisch en verstandig om de samenwerking te zoeken met relevante partijen  uit andere Europese lidstaten. Voor zowel Nederland als andere lidstaten is het een goed idee om met het wegvallen van een belangrijke partner opnieuw te ijken waar samenwerking mogelijk is.

De huidige situatie vraagt bovenal om pragmatisme en realisme. Eén ding is echter duidelijk: de huidige situatie vraagt om nieuwe vormen van samenwerking, bijvoorbeeld waar het gaat om investeren in een duurzame Europese economie.  Voor een pensioeninstelling is het noodzakelijk om per thema te beoordelen hoe we kunnen samenwerken en wat we van elkaar kunnen leren .

De komende maanden diept  PGGM drie opvallende cases uit. Eerst richten we ons op Frankrijk, waar duurzaam beleggen voor ons een centrale rol speelt in het zoeken naar samenwerking. Daarna kijken we wat we van Denemarken kunnen leren in het kader van de pensioenstelseldiscussie. Tot slot bezoeken we Duitsland over de toekomst van pensioencommunicatie.

 

Manager international Public Affairs

Adviseur Public Affairs

Stagiair Public Affairs

Geef uw reactie