Gebruik keuzeopties binnen pensioen groeit

​De roep om meer keuzemogelijkheden voor deelnemers in pensioenregelingen neemt toe. Deelnemers maken echter al steeds meer gebruik van keuzeopties.

Blog

Het introduceren van meer keuzemogelijkheden in pensioen is vast onderdeel van het debat over het nieuw pensioenstelsel. De afgelopen jaren zien we al een duidelijk toenemend gebruik van de beschikbare keuzemogelijkheden bij pensionering. Pensioenfondsen bieden echter al veel meer mogelijkheden dan veel deelnemers, beleidsmakers en politici zich soms realiseren. Een (beperkte) eenmalige uitkering bij pensionering zou een goede toevoeging zijn.

Een veel gebruikte keuze-optie houdt verband met het aflopen en uitfaseren van de VUT- en prepensioenregelingen en het stijgen van de pensioenleeftijd. Deelnemers maken toenemend gebruik van het vervroegen van hun ouderdomspensioen. Deze mensen willen eerder stoppen met werken en vinden langer doorwerken zwaar. Het eerder laten ingaan van hun pensioen maakt deze stap mogelijk. Deelnemers die hun pensioen eerder laten ingaan combineren dat vaak met het overbruggen van een AOW-gat door een aanvullend pensioeninkomen tot het bereiken van hun AOW-leeftijd.


In de zorgsector – waar bovenstaande percentages betrekking op hebben – is het gebruik van deeltijdpensioen beperkt. Mensen maken langzaamaan wel meer gebruik van de mogelijkheid minder uren te gaan werken en een deel van het pensioen al te laten ingaan. Belangrijkste redenen voor het wat beperktere gebruik zijn dat sommige deelnemers minder kennis en begrip hebben van de keuzemogelijkheden, dat veel mensen in de sector al in deeltijd werken en dat het in pensioeneuro’s – vanwege een beperktere pensioenopbouw dan in andere sectoren – relatief weinig oplevert.

Hoog-laagconstructie op AOW-leeftijd

Behalve een hogere uitkering tot de AOW-leeftijd kiest ook een op de tien deelnemers voor de hoog-laagconstructie bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Mensen willen in de beginfase van hun pensioen, als ze nog actiever zijn, meer te besteden hebben.

Uit onderzoek onder deelnemers blijkt dat niet alle deelnemers alle keuzemogelijkheden kennen. Mensen met minder kennis en begrip van de regeling maken minder gebruik van de bestaande opties en uit onderzoek blijkt dat ze anders zouden hebben gekozen als ze de keuzemogelijkheden wél hadden gekend en begrepen. De pensioensector kan deze mensen helpen bij het maken van een goede keuze.

Behoefte aan eenmalige uitkering bij pensionering

Uit onderzoek van PGGM blijkt bijvoorbeeld dat pensioendeelnemers behoefte hebben aan een eenmalige uitkering bij pensionering. Ongeveer een op de drie deelnemers wil graag gebruikmaken van zo’n eenmalige uitkering. Door een eenmalige uitkering aan te bieden naast de bestaande mogelijkheden kunnen deelnemers hun pensioen beter afstemmen op hun persoonlijke situatie. Het blijkt dat mensen het geld bijvoorbeeld zouden willen gebruiken voor aflossen van (hypotheek)schulden en woningaanpassingen.

Begrens de eenmalige uitkering

Om te voorkomen dat deelnemers te weinig pensioeninkomen overhouden zou de eenmalige uitkering alleen bij pensionering mogelijk moeten zijn en niet in de opbouwfase. Door de uitkering te baseren op de bestaande mogelijkheden van de hoog-laagconstructie kunnen we een grens stellen aan de mate waarin deelnemers hun pensioen ineens kunnen laten uitkeren. Dit komt neer op (maximaal) zo’n 15 procent van het opgebouwde pensioenvermogen.

Als mensen besluiten hun pensioen te vervroegen en daarbij eventueel voor een extra uitkering tot de AOW-leeftijd kiezen (om het AOW-gat te overbruggen), dan zou de eenmalige uitkering proportioneel lager moeten worden. Ofwel: eerst eventueel vervroegen en eventueel AOW-gat overbruggen. Van het resterende levenslange ouderdomspensioen kan men dan vervolgens een gedeelte ontvangen als een eenmalige uitkering. Daarmee voorkomen we stapeling van effecten en een te laag resterend pensioeninkomen.

  1. Bron: Merle Willemsen en Niels Kortleve (2016), ‘Behoefte aan meer flexibiliteit bij pensionering’, Tijdschrift voor Pensioen Vraagstukken, 2016/22, juni 2016.

Innovatiemanager

Corporate Trainee

Geef uw reactie