Grijs, Groen en Rood: een beleggersverhaal in drie zones

​Jaap van Dam over: wat pensioenfondsen kunnen bijdragen aan duurzame ontwikkeling en welke aangrijpingspunten er zijn om hun bijdrage te vergroten.

Blog

Pensioenfonds PFZW en zijn uitvoerder PGGM behoren tot de meest vooruitstrevende duurzame en verantwoorde beleggers onder de pensioenfondsen wereldwijd. Toch doen we in de ogen van bijvoorbeeld deelnemers, NGO’s en soms ook de politiek (veel) te weinig op dit terrein. Wij voelen ons hierdoor aangesproken, maar trekken toch een grens.

De reden hiervoor is eenvoudig. Als pensioenbelegger staan we opgesteld voor het belang van onze deelnemers, die premie inleggen om in ruil daarvoor pensioen te krijgen. Dit is in hoge mate een financieel belang van individuele deelnemers. Duurzaamheid daarentegen is een vooral maatschappelijk goed en een collectief belang.

Deze twee invalshoeken kunnen elkaar versterken, maar ze kunnen ook strijdig met elkaar zijn. Belangrijk om vast te stellen is dat het optimale beleid voor de deelnemers van pensioenfondsen niet het optimale beleid voor de maatschappij als geheel is, en vice versa.

Deze korte notitie geeft een eenvoudig raamwerk waarin deze belangen zichtbaar worden. Als we het eens zijn over het raamwerk, dan kunnen we ook maatregelen bedenken om de zone waarin pensioenfondsen zowel in het belang van hun deelnemers als in het belang van de maatschappij handelen te vergroten. Die zone noemen wij de groene zone.

Hoe pensioenfondsen nu beleggen

De neoklassieke economische theorie heeft in de afgelopen decennia een enorme invloed gehad op het denken en handelen bijna alle financiële instituties en ondernemingen. En dit geldt ook voor pensioenfondsen als beleggingsinstellingen. Dit heeft grote vooruitgang gebracht op beleggingsterrein, maar ook een aantal nadelen.

Wat hier van belang is zijn twee zaken: 1) de reductie van beleggen tot een puur in termen van risico en rendement te beschrijven activiteit – om Milton Friedman te parafraseren: the business of pension funds is generating returns. En 2) het hardnekkige idee dat er één universele ‘optimale’ portefeuille bestaat, dat elke afwijking daarvan ‘risico’ zou zijn, en dat beleggers dus bereid, nee bijna verplicht zijn om alle beschikbare beleggingen op de markt te kopen - tegen elke prijs.

Deze twee zaken hebben beleggen in hoge mate gereduceerd tot een engineering-probleem. Oog hebben voor wat de beleggingen maatschappelijk veroorzaken, bijvoorbeeld in de vorm van klimaatverandering, of een bijdrage aan de bredere welvaart in een maatschappij is in deze context bijna per definitie een afleiding van de fiduciaire taak en het deelnemersbelang. En zo ervaren veel beleggers dat ook.

Wat de maatschappij vraagt

Deze aanpak staat ver af van de vraag die de maatschappij steeds luider en explicieter aan pensioenbeleggers stelt. Die luidt: pensioenfondsen en beleggers, wat gaan jullie bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de wereld? Hoe gaat het enorme vermogen dat we aan jullie hebben toevertrouwd werkelijk impact hebben, zodat de wereld een beetje de goede kant uit beweegt: weg van onhoudbare activiteiten (klimaatverandering, vervuiling, vernietiging van biodiversiteit) maar zichtbaar bijdragend  aan houdbare  welvaart en welzijn.

Of iets fundamenteler: staan er tegenover het financiële rendement dat jullie oogsten niet veel te hoge kosten die de samenleving als geheel belasten? Dragen jullie wel voldoende bij aan de maatschappij?

Financieel en maatschappelijk rendement combineren

Met de snel toenemende prioriteit voor duurzaamheid op de maatschappelijke agenda is het de uitdaging beleggers en pensioenfondsen materieel bij te laten dragen aan het realiseren van de gewenste impact en verandering.

Om het denken hierover te stimuleren introduceren we een raamwerk dat bestaat uit 3 zones:

  1. de grijze zone, waarin beleggers alleen oog hebben voor de financiële dimensie van hun beleggingen - de individuele deelnemer wint, de maatschappelijke kosten worden afgewenteld op het collectief.
  2. de groene zone waar zoveel mogelijk duurzaamheid is geïntegreerd zonder dat dat ten laste gaat van financiële doelen - de deelnemer wint en de maatschappij ook.
  3. de rode zone, waarin het maatschappelijke belang van duurzaamheid zoveel nadruk krijgt dat dit ten laste van het pensioen van de deelnemers van pensioenfondsen gaat - de deelnemer subsidieert de maatschappij.


Twee zaken volgen onmiddellijk uit dit raamwerk: (1) in de grijze zone ga je de wereld niet ten goede veranderen, en dat vind je ook niet bij je opdracht passen; en (2) in de rode zone wil je als pensioenfonds niet komen - hoewel het collectief belang wordt gediend, je schaadt het individuele financiële belang van je deelnemers. Zonder dwang zullen beleggers zich niet in de rode zone begeven, tenzij ze daarvoor een uitdrukkelijk mandaat van hun deelnemers zouden hebben.
 
Daarom is in mijn ogen de kernvraag: hoe kunnen we de omvang van de groene zone vergroten? Zodat zowel het deelnemersbelang als het maatschappelijk belang beter gediend worden dan nu het geval is?

De onderstaande figuur illustreert de 3 zones:

  • De grijze zone is groot: de bulk van het vermogen van pensioenfondsen wordt hier belegd. Dit kan gepaard gaan met grote maatschappelijke kosten die niet zijn ingeprijsd. De doelstelling is hier: maximaliseer rendement per eenheid risico.
  • De rode zone is ook groot: het is de zone waarin de maatschappij zou kunnen verduurzamen, het maatschappelijk optimum, maar die buiten het bereik van de beleggers ligt omdat het ten laste gaat van de rendements/risicoverhouding.
  •  En de groene zone is relatief klein. Hier is de doelstelling die men ervaart: maximaliseer de bijdrage aan duurzaamheid zonder dat dit ten laste gaat van te rendements-risicoverhouding.   

Figuur: de 3 zones

Hoe de groene zone vergroten?

De groene zone kan worden vergroot door de grijze én de rode zone te verkleinen.

Aan de fonds- en beleggerskant is in mijn ogen veel te bereiken. Allereerst helpt het als deelnemers expliciet kenbaar maken welk belang zij hechten aan duurzaamheid. Het is ook belangrijk bewijs en voorbeelden te hebben van positieve impact die geen financieel rendement kost, maar er zelfs aan kan bijdragen.

Dit bewijs is in toenemende mate voorhanden. Ten derde zou het helpen als beleggers en pensioenfondsen een langere horizon in acht zouden nemen om hun beleggingsbeslissingen te evalueren. Over de gevolgen van klimaatverandering voor ondernemingen die in de oliesector opereren is op een horizon van een jaar niet veel te zeggen, maar op een horizon van tien jaar kan dat veel beter.

Ten vierde zou het helpen als we loskomen van het neoklassieke dogma en het idee omarmen dat er niet één optimale portefeuille is, maar dat er veel verschillende verstandige portefeuilles bestaan.

Ook aan de maatschappelijke en de overheidsbeleidskant is veel te bereiken, en gebeurt ook al veel. In de eerste plaats is het belangrijk dat de maatschappij pensioenfondsen in een stakeholder-perspectief plaatst: je verdient je plek als institutie niet door je volledig op de deelnemer als belanghebbende te richten, zonder oog voor de maatschappelijke consequenties daarvan.

Daarnaast is consistentie en helderheid over lange termijnbeleidsdoelen een zeer krachtig middel. De Parijse akkoorden, heldere beleidsdoelen, een duidelijk pad voor de beprijzing van CO2 maken het voor beleggers mogelijk om de lange termijnrisico’s tastbaar te maken en te vertalen in hun strategische beslissingen over de allocatie van kapitaal.

Meer in het algemeen: een overheid die duidelijk maakt dat er ongewenste externaliteiten zijn en beleid ontwikkelt dat er op gericht is deze te externaliteiten te beprijzen, werkt als een krachtige katalysator. Overheden zullen internationaal moeten samenwerken om te zorgen dat er bij voorkeur een gelijk speelveld ontstaat.

Conclusie

Door het grijs-groen-rood raamwerk te adopteren wordt het duidelijker waarom pensioenfondsbeleggingen niet altijd zo groen zijn als de maatschappij zou willen. En denkend vanuit het raamwerk komt er zicht op de gereedschapskist die we kunnen inzetten om de groene zone te vergroten. Naar elkaar wijzen heeft hierbij geen zin. Het vullen van de gereedschapskist is een gezamenlijke taak voor fondsen en beleidsmakers. Dat is in ieders belang.

Directeur Strategisch Beleggingsadvies

Geef uw reactie