Het beste van twee werelden in één pensioen

Wat is nu beter: een Defined Benefit- of een Defined Contribution-pensioen? Laten we het beste van die twee werelden combineren, zeggen Dick Boeijen en Mark Brussen van PGGM. In Pensioen Magazine rekenen ze voor, dat dat heel goed kan uitpakken voor deelnemers.

In de media

Onlangs zetten Dick Boeijen, Expert balansrisicomanager bij PGGM, en zijn collega Mark Brussen in Pensioen Magazine de voor- en nadelen op een rijtje van een Defined Benefit-pensioencontract naast die van de tegenpool: het Defined Contribution-contract. Beide hebben hun voor- en nadelen, en de discussie tussen voorstanders van 'DB'  en 'DC' blijft dan ook woeden. Maar Boeijen en Brussen willen een stap verder gaan: in hun artikel Een brug tussen DB en DC (pdf) opperen ze dat de voordelen van beide stelsels best te combineren zijn in één pensioenproduct: de eenvoud en transparantie van DC enerzijds met de risicodeling die bij DB-stelsels anderzijds zorgt dat de kans op pech- en gelukgeneraties wordt gedempt.

DC plus risicodeling 

Daarvoor gaan Boeijen en Brussen uit van een DC-pensioen, waarbij de deelnemer een vaste premie inlegt om een kapitaal op te bouwen waarmee hij aan het eind van zijn werkzame leven een pensioenrecht inkoopt tegen de dan geldende marktcondities. Ze willen pensioenbestuurders vervolgens de keuze geven er risicodeling aan toe te voegen. Willen ze intergenerationele risicodeling? Is er behoefte aan risicodeling tussen inactieven en actieven, tussen actieven onderling of tussen werkgever en werknemers? Afhankelijk van de behoeften zouden alle gewenste elementen als het ware aangevinkt kunnen worden.  

Kwantitatieve analyse

In hun artikel laten Boeijen en Brussen vervolgens een kwantitatieve analyse los op drie verschillende contracten. Het loslaten van duizend economische scenario’s op de contracten lijkt ze gelijk te geven. Het contract waarin een kapitaal wordt opgebouwd tegen een vaste premie, maar dat is aangevuld met het delen van risico tussen gepensioneerden en actieven en waarin overschotten worden gereserveerd voor toekomstige generaties, komt goed uit de vergelijking. De hoogte van de mediane uitkering steekt gunstig af tegenover het pure DC-contract, en wel met veel minder positieve en negatieve uitschieters. Ook de koopkracht na de pensoendatum ontwikkelt zich bij hun hybride variant beter: een hogere mediaan, met wederom een kleinere spreiding van het reële inkomen tussen de 'geluks- en pechvogels'. 

Keuzemodel als brug 

Boeijen en Brussen erkennen dat verschillende pensioenfondsen uiteenlopende behoeften hebben, afhankelijk van de aard van hun deelnemers en de branche waarin deze werkzaam zijn. Toch zou hun keuzemodel een eind kunnen maken aan de strijd tussen de voorstanders van DB en DC, tussen de 'solidairen' en de 'individuelen'. Want die is, aldus de twee, vruchteloos.

 

In het artikel 'Een brug tussen DB en DC' (pdf) verwijzen Boeijen en Brussen voor een uitgebreidere beschrijving van de invulling van de verschillende contracten naar een artikel van collega's Youri van Dorssen en Krista Nauta. Het betreffende artikel: Een DB-waardige DC-regeling (pdf).

Expert balansrisicomanager

Geef uw reactie