PGGM meet effecten van duurzame beleggingen

Wat is de toegevoegde waarde van verantwoord beleggen? Om dit zichtbaar te maken heeft PGGM in samenwerking met het Erasmus Centre for Strategie Philanthropy een scorekaart ontwikkeld voor het maatschappelijke effect van de gerichte ESG-beleggingen. Zowel het positieve als het negatieve effect wordt per fonds bekeken en meegewogen in de impactmeting. PGGM ziet zo gemakkelijker waar verbeterpunten liggen.

In de media

​Lees het interview in P+ met PGGM's Senior Advisor Responsible Investment, Saskia van den Dool-Gietman en Managing Director Responsible Investment Marcel Jeucken over het nieuwe meetinstrument.

Scorekaart Maatschappelijke Impact

De kop is er af. PGGM weet nu van 4 procent van alle beleggingen wat de maatschappelijke impact daarvan is. Dat lijkt weinig, maar het zijn wel procenten van een totaal belegd vermogen van 105 miljard euro. Samen met het Erasmus Centre for Strategie Philanthropy (ECSP) is een instrument ontwikkeld dat de effecten van duurzame beleggingen meet. "Als fondsmanagers onze methodiek voor rapportage als standaard gaan gebruiken, profiteren ook andere beleggers."

Veel beleggingen hebben behalve economische ook maatschappelijke effecten en gevolgen voor het milieu. Dit geldt voor de beleggingen die particulieren doen, maar natuurlijk evengoed voor de veel grotere investeringen die institutionele beleggers doen. Pensioenfondsen en -uitvoerders behoren tot de grootste beleggers ter wereld. Deze institutionele beleggers bepalen goed bezien ook in welke fondsen en ondernemingen particulieren - via hun opgespaarde pensioen - beleggen. Die verantwoordelijkheid voelen de pensioenfondsen zelf ook. PGGM beheert en administreert circa 105 miljard euro aan beleggingen van verschillende Nederlandse pensioenfondsen en geldt als een van de meest vooruitstrevende vermogensbeheerders als het gaat om het nemen van 'verantwoordelijkheid'. "Bij onze beleggingsactiviteiten houden wij bewust rekening met de invloed van milieu, sociale en corporate governance-aspecten. Deze factoren integreren we volop in onze beleggingsprocessen", vertelt Marcel Jeucken, verantwoordelijk voor verantwoord beleggen bij PGGM. Dat doet PGGM overigens al enkele jaren, maar nu kan de organisatie dat beter onderbouwen dan ooit.

Er is groeiende behoefte aan inzicht in de maatschappelijke toegevoegde waarde van beleggingen
Hoewel de pensioenuitvoerder duurzaam en verantwoord beleggen inmiddels al lange tijd serieus neemt, concentreerden metingen van de toegevoegde waarde van beleggingen zich tot voor kort nog altijd alleen op de financiële prestaties. Daar heeft de pensioenuitvoeringsorganisatie nu echter verandering in gebracht. In samenwerking met het Erasmus Centre for Strategie Philanthropy (ECSP) heeft PGGM een methodologie ontwikkeld om meer inzicht te krijgen in het maatschappelijke effect van haar gerichte ESG-beleggingen (ESG: Environment, Social and Governance). Projectleider vanuit het ECSP was Karen Maas, die haar proefschrift heeft geschreven over het meten van impact. "Er is groeiende behoefte aan inzicht in de maatschappelijke toegevoegde waarde van beleggingen", zegt Saskia van den Dool-Gietman, adviseur verantwoord beleggen bij PGGM. "Wij zijn als PGGM al jaren bezig met het concreet maken van de toegevoegde waarde van verantwoord beleggen. Bij ons bestond de behoefte om inzicht te krijgen in het maatschappelijke effect dus logischerwijs ook."
 
De gerichte ESG-beleggingen van PGGM omvatten een aantal hoofdthema's, zoals duurzame energie, schone technologie, micro financiering en duurzame bosbouw. Het instrument is uiteindelijk gebouwd rond acht zogenoemde impactgebieden (zie onderaan de pagina) die worden gemeten en beoordeeld. Met behulp van een grondig literatuuronderzoek heeft Maas behalve positieve en directe effecten van beleggingen, zoals het effect op de emancipatie van vrouwen door toegang tot financiële dienstverlening, ook informatie verzameld over mogelijke negatieve effecten. "We vonden het belangrijk om aan te sluiten bij alle inzichten die in de loop der jaren al zijn opgedaan", legt Van den Dool uit. "Het heeft niet veel zin indicatoren te verzinnen die er niet toe doen op dit specifieke terrein. We hebben dus gekeken welke literatuur ging over deelfacetten van hetgeen wij wilden onderzoeken en welke resultaten we konden gebruiken."
Met name voor filantropische beleggers waren al methoden ontwikkeld waar de onderzoekers gebruik van konden maken. "Het meetproces is op eenzelfde manier ingericht, maar er was een doorvertaling voor nodig. Wat zou voor ons als institutioneel belegger het best toepasbaar zijn? Waar beleggen wij in en welke indicatoren zijn voor ons interessant? Dat hebben we nu op een academische manier verankerd."
 

Scorekaart 

Voor elk van de impactgebieden is het verwachte impactniveau van de gerichte ESG-beleggingen vastgesteld. De specifieke situaties en de samenstelling van de fondsen zijn meegenomen om te verwachte effecten per fonds te verklaren. Verder is voor elk fonds een specifieke vergelijkingssituatie geïdentificeerd op basis waarvan de toegevoegde waarde is vastgesteld. De verwachte impact van elk fonds is uitgedrukt in een score op een schaal van -3 (sterk negatief effect) tot +3 (sterk positief effect). Deze score maakt het instrument visueel in een spinnenwebgrafiek, wat PGGM 'de scorekaart voor maatschappelijke impact' noemt.
Het Renewable Energy Fund bijvoorbeeld, dat belegt in wind- en zonne-energie in West-Europa, scoort zoals verwacht hoog ten aanzien van de positieve effecten bij afval en uitstoot. De verwachte positieve toegevoegde waarde op de werkgelegenheid is beperkt. Op basis van deze analyse worden fondsspecifieke factsheets uitgewerkt. Daarin staan gegevens over het maatschappelijke probleem waarop het fonds invloed wil hebben (bijvoorbeeld klimaatverandering), het accent van het fonds (bijvoorbeeld duurzame energie), het type beleggingen (bijvoorbeeld het percentage dat in wind- of zonne-energie wordt belegd) en het geografisch werkterrein. Maar er zijn ook financiële gegevens te vinden, zoals de totale omvang van het fonds, de betrokkenheid van PGGM bij het fonds en de totale belegging in het fonds.

Deze beleggingen moeten scoren volgens de reguliere rendementseisen. Maar dit zijn wel beleggingen die we als 'maatschappelijk meetbaar' hebben gelabeld
 
Informatie over mogelijke negatieve effecten van (ogenschijnlijk) verantwoorde beleggingen die het instrument boven tafel brengt, legt de meer indirecte en vaak ook onverwachte impact bloot. "Verrassend is dat sommige beleggingen het creëren van positieve maatschappelijke effecten als doel hebben, maar tegelijkertijd ook minder positieve of zelfs negatieve effecten kunnen hebben. "Een bekend voorbeeld is zonne-energie, dat weliswaar geen luchtverontreiniging veroorzaakt, maar wel gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich meebrengt door de materialen die in sommige panelen worden gebruikt. Een ander voorbeeld is microfinanciering. Van den Dool: "Met microfinanciering vergroot je de score van empowerment, maar het feit dat mensen ook meer geld te besteden hebben, vergroot de milieuproblematiek. Hoewel dat niet eenvoudig is in een land in opkomst, probeer je de mensen die je daar helpt toch bewust te maken van de impact van hun handelen. De factsheets geven deze problemen weer, waardoor een compleet en genuanceerd beeld van de maatschappelijke impact van elk fonds ontstaat." De factsheets tonen bovendien de (verwachte) scores van maatschappelijke impact in elk van de acht gebieden en een beschrijving van de vergelijkingssituatie die is gebruikt om deze analyse te maken. Zij geven ook een berekening van wat het belangrijkste maatschappelijke effect zou zijn van een belegging van één miljoen euro in een specifiek fonds.

Belangrijke innovatie

Van den Dool spreekt over een belangrijke innovatie die tegemoet komt aan een veelgehoorde vraag in de markt. "Om echte stappen te kunnen maken op het gebied van verantwoord beleggen, moet je kunnen meten wat de effecten zijn van je beleggingen. Dit is een eerste stap." Met de gerichte ESG-beleggingen beoogt PGGM maatschappelijke toegevoegde waarde te genereren in de vorm van oplossingen voor problemen, zoals klimaatverandering. Door het meten en monitoren van de (verwachte) maatschappelijke impact van deze beleggingen kan de organisatie nog beter gefundeerde beleggingsbeslissingen nemen. In samenwerking met fondsbeheerders zoekt PGGM naar mogelijkheden om grotere maat schappelijke effecten te bewerkstelligen en de mogelijk negatieve impact van die beleggingen te reduceren. "Zaak is nu om van een academisch model tot de praktijk te komen", zegt Van den Dool. "In de portefeuilles dienen we potentiële verbeterpunten te identificeren, want daar gaat het uiteindelijk om."

De methodologie biedt volgens Jeucken een raamwerk voor het opstellen van aanvullende rapportage-eisen van fondsbeheerders met betrekking tot maatschappelijke en milieueffecten." Deze eisen nemen we in contractuele overeenkomsten op. Dit stelt ons in staat de daadwerkelijke maatschappelijke effecten op regelmatige basis te volgen en te evalueren." De informatie over verwachte en werkelijke impact zal volgens Jeucken ook richting geven aan de dialoog met fondsbeheerders om hen aan te moedigen de maatschappelijke toegevoegde waarde van hun beleggingen voortdurend te verbeteren. Jeucken spreekt van twee fasen of niveaus waarvoor het instrument zijn nut zal bewijzen. "Allereerst willen we voor deze beleggingen weten wat we kunnen verwachten aan maatschappelijk rendement. De definitie en doelstellingen van onze ESG-beleggingen zijn verder aangescherpt. We gebruiken het instrument ook bij nieuwe beleggingen. Het is onderdeel van de due dilligence ('gepaste zorgvuldigheid') geworden. We voegen aanvullende vragen toe. Het helpt ook om afspraken te maken over hoe de fondsmanagers op termijn rapporteren."
 
Om echte stappen te kunnen maken op het gebied van verantwoord beleggen, moet je kunnen meten wat de effecten zijn van je beleggingen
 
De tweede fase gaat om het terugkijken en controleren van de verwachtingen. "Na een aantal jaren willen we meten wat het daadwerkelijke rendement is geweest." Voor nu kan PGGM er volgens Jeucken prima mee uit de voeten. "Maar we zoeken verder naar relevante indicatoren om de impact van specifieke fondsen of een specifiek mandaat te kunnen meten. Op dat vlak willen we nog verder ontwikkelen. Dat is niet alleen voor ons belangrijk, maar ook voor andere beleggers." PGGM doet immers zaken met fondsen en fondsmanagers die evengoed beleggen voor andere institutioneel beleggers. "Als fondsmanagers onze methodiek voor rapportage als standaard gaan gebruiken, profiteren ook andere beleggers, en wij vervolgens ook weer. We willen graag met andere partijen spreken over hoe we nog meer verbetering en verdieping kunnen aanbrengen."
 

Voldoen aan alle rendementseisen

"Het meetinstrument is niet van toepassing voor de gehele portefeuille van PGGM, benadrukt Jeucken. Sterker nog: slechts een kleine 4 procent van de portefeuille is langs de meetlat van het nieuwe instrument te leggen. "We hebben aparte mandaten waarin we zowel financieel als maatschappelijk rendement beogen te behalen en dat willen we dan ook kunnen meten", aldus Jeucken. Dit betekent bovendien niet dat voor deze beleggingen enkel het maatschappelijke rendement van belang is. "Deze beleggingen moeten net als alle andere scoren volgens de reguliere rendementseisen. Maar dit zijn die beleggingen die we voor nu als 'maatschappelijk meetbaar' hebben gelabeld." Het is volgens Jeucken niet mogelijk het instrument in te zetten voor het overgrote deel van de portefeuille. "We denken erover na om het eventueel breder te trekken, maar dat is niet eenvoudig. We hebben een heel gespreide portefeuille. Wat is bijvoorbeeld de maatschappelijke toegevoegde waarde van belegging in staatsobligaties, een beleggingscategorie die bij veel beleggers algauw een gewicht heeft van 30 procent in de totale portefeuille? Afgebakende thema's als windenergie op zee zijn relatief makkelijk te meten. Microfinanciering en duurzame bosbouw ook. Maar voor beleggingen in schone technologie via private equity is dat al veel ingewikkelder. Laat staan voor een passieve aandelenportefeuille bestaande uit circa drieduizend ondernemingen."

Jeucken verwacht dat de verkregen inzichten niet alleen leiden tot meer gefundeerde beleggingsbeslissingen in deze categorie thematische beleggingen, maar ook bijdragen aan het herkennen van interessante beleggingskansen. "Daarbij moet je niet alleen denken aan de financiële resultaten, maar ook aan beperking van de risico's. Dat is natuurlijk de andere kant van beleggen."

Overigens heeft PGGM wel een methode voor het integreren van ESG-factoren die de pensioenuitvoeringsorganisatie toepast over alle beleggingscategorieën heen. Daarnaast eist PGGM verantwoording van haar externe managers en de ondernemingen waarin zij belegt. Dat laatste 'bewijst' het fonds door bijvoorbeeld actief gebruik te maken van aandeelhoudersrechten en verantwoordelijkheden. PGGM is actief in de weer met uitsluiting en engagement. Jeucken: "Er zijn dingen die we niet tolereren. Daarop volgt uitsluiting. Er zijn dingen die we graag willen, daarvoor hebben wij dit instrument ontwikkeld. Daar tussenin zetten we zo veel mogelijk in op verbeteringen." De eigenlijke winst op dit gebied behaalt PGGM vooral door in gesprek te gaan met de partijen waarin de pensioenuitvoerder belegt. Het nieuwe instrument geeft een hoop munitie voor die gesprekken.

 

Wat houdt impactmeting nu precies in?

De methodologie om maatschappelijke impact te meten, zorgt voor een weergave van de gegevens over fondsspecifieke prestaties en effecten. Het Erasmus Centre for Strategie Philanthropy heeft die met meer dan duizend verschillende impactgerelateerde indicatoren op relevantie onderzocht en gegroepeerd in duurzaamheidsthema's. "Deze indicatoren waren afkomstig uit verschillende onderzoeken die eerder zijn gedaan.

De belangrijkste zijn voor ons gedestilleerd", zegt Saskia van den Dool-Gietman, die namens PGGM verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het instrument. Het onderzoek leidde tot de selectie van belangrijkste impactgebieden, te weten:

+ werkgelegenheid
+ lokale ontwikkeling
+ capaciteitsopbouw
+ empowerment
+ gezondheid en veiligheid
+ grondstofgebruik
+ ecosystemen
+ afval en uitstoot
 
Binnen elk van deze gebieden zijn drie subcategorieën bepaald, vertelt Van den Dool. "Zo zijn bij de effecten op capaciteitsopbouw niet alleen de maatstaven voor innovatie meegenomen, maar ook de maatstaven voor kennisoverdracht aan opkomende markten. Bij de toegevoegde waarde van empowerment is zowel gekeken naar de kansen die zijn gecreëerd voor gemarginaliseerde groepen, als naar hun rechtspositie of de toegang die zij hebben tot basisvoorzieningen.

Bron: P+

Senior Advisor Responsible Investment

-

Geef uw reactie