Pensioenafspraken voor deelname van zelfstandigen in een bpf gerechtvaardigd

​Volgens het Europese Hof van Justitie (HvJ) in Luxemburg mogen sociale partners in een CAO afspraken maken over een minimumtarief voor zelfstandigen, op het moment dat zij als ‘schijn’zelfstandigen in dezelfde positie verkeren als werknemers. Dit oordeelde het HvJ in het FNV KIEM-arrest van eind 2014. Voor deze ‘schijn’zelfstandigen zijn dergelijke afspraken niet in strijd met het Europese mededingingsrecht. Voor ‘echte’ zelfstandigen zijn deze tariefafspraken volgens het HvJ in strijd met het verbod op concurrentiebeperkende afspraken (kartelverbod) en zijn deze afspraken om die reden niet toegestaan.

In de media

Mark Boumans van PGGM onderzocht wat de consequenties van deze uitspraak zijn voor de deelname van zelfstandigen in een bedrijfstakpensioenfonds die eveneens gebaseerd is op afspraken tussen sociale partners. Vraag is dan of dit dan ook niet zou zijn toegestaan. Volgens Boumans is het antwoord op deze vraag ontkennend. Hij concludeert op basis van bestaande rechtspraak van het HvJ dat de deelname van zelfstandigen in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van de Wet Bpf 2000 vanwege de sociale doelstelling die van een collectieve pensioenregeling uitgaat, zowel voor ‘schijn’zelfstandigen als ‘echte’ zelfstandigen gerechtvaardigd is.

Wilt u meer weten: lees dan hier het artikel 'Het FNV KIEM-arrest en de verplichte deelname van zelfstandigen in een bpf' (pdf).

Senior beleidsjurist

Geef uw reactie