Plannen voor Europese PEPP in perspectief

De Europese Commissie wil de weg vrijmaken voor een nieuw – vrijwillig – Europees pensioenproduct: PEPP. Wat houdt het in en wat betekent het voor Nederland? Public affairs adviseur Jesse Martens geeft zijn visie.

Blog

Nederland heeft met zijn combinatie van staatspensioen (AOW) en verplicht collectief gespaard aanvullend pensioen het armoedeprobleem onder ouderen vrijwel uitgebannen, en aanzienlijke buffers aangelegd in het licht van de komende vergrijzing. Daarmee verkeert ons land in een vrij uitzonderlijke positie: in veel andere landen dreigt een karige oude dag voor tientallen miljoenen Europeanen, die weinig (collectief) gespaard hebben en die tevens worden geconfronteerd met een versoberd staatspensioen.

Om dit probleem aan te pakken presenteerde de Europese Commissie eind juni haar voorstel voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioen Product, ‘PEPP’ in het spraakgebruik.

Daarnaast denkt de Europese Commissie dat sparen in een PEPP de Europese economie kan helpen – PEPP-geld zal zijn weg via beleggingen naar de kapitaalmarkt vinden, wat eraan bijdraagt dat ondernemingen zich gemakkelijker kunnen financieren – ook een belangrijk doel van huidig EU-beleid. De Europese Commissie ziet tegelijkertijd kansen op schaalvergroting voor financiële aanbieders van PEPP doordat ze gemakkelijker over de grenzen kunnen opereren.

PEPP is een vrijwillig en individueel product dat deels op Europees niveau gestandaardiseerd is en deels ook aangepast kan worden aan nationale behoeften en vereisten. Die flexibiliteit is gekozen omdat pensioenvormen binnen Europa erg divers zijn. Zo is pensioeninkomen binnen Nederland in principe levenslang, ongeacht hoe oud men wordt, terwijl in België veel mensen kiezen voor een lumpsum uitkering bij pensionering. Voor meer informatie over de karakteristieken van PEPP, zie deze factsheet (PDF) van de Europese Commissie.

PEPP gaat een rol spelen in de derde van de vier ‘pensioenpijlers’: staatspensioen (eerste pijler), aanvullend arbeidsgerelateerd pensioen (tweede), persoonlijke voorzieningen zoals lijfrentes (derde) en overig vermogen zoals een eigen huis (vierde). Het voorstel brengt geen verandering in de  bestaande regelgeving voor nationale pensioenproducten in de tweede en derde pijler.

Reflectie

Het voorstel, dat volgende week door de Tweede Kamer wordt behandeld, roept nog allerlei vragen op. Ik beschrijf er drie:

  1. De ‘pension gap’ in de EU is een reëel probleem. Het is goed dat de EU dit adresseert en PEPP kan van toegevoegde waarde zijn in landen waar nog geen ontwikkeld kapitaalgedekt stelsel is. Naast PEPP (derde pijler) zou er ook gekeken moeten worden naar het aantrekkelijker maken van sparen in pensioenfondsen (tweede pijler), waarbij dit wel een nationale verantwoordelijkheid blijft (bijvoorbeeld door ‘best practices’ te delen). Sparen in pensioenfondsen zal waarschijnlijk beter helpen om de ‘pension gap’ aan te pakken alsmede om de beschikbaarheid van lange termijn kapitaal te vergroten. Pensioenfondsen kunnen bovendien collectieve bescherming bieden tegen risico’s die mensen niet individueel kunnen dragen en maken lage kosten mogelijk.
  2. Nederland heeft er belang bij dat elders meer gespaard wordt: het maakt Europa weerbaarder tegen vergrijzing en economische schokken en het zal binnen de EU leiden tot meer begrip voor de positie die Nederland inneemt op het gebied van pensioendossiers, zeker nu het Verenigd Koninkrijk als belangrijke bondgenoot op dit terrein wegvalt. Belangrijk is wel dat PEPP leidt tot een algemene verhoging van het niveau van pensioensparen en geen substituut wordt voor sparen in pensioenfondsen.
  3. De regelgeving voor PEPP komt ‘naast’ de huidige regelgeving voor pensioensparen (zogenaamd ‘2nd regime’ in EU-jargon). Echter, de Europese Commissie stelt ook voor dat pensioenfondsen (IORP’s) een PEPP moeten kunnen aanbieden. Het is wenselijk dat er een nadere onderbouwing komt van de wisselwerking tussen IORP en PEPP. We moeten daarbij alert zijn dat PEPP inderdaad niet ingrijpt in nationale pensioenstelsels.

De komende maanden zal er verder gedebatteerd worden over het voorstel voor PEPP. Nederland doet er goed aan om daarbij bovenstaande vraagstukken aan de orde te stellen.

Adviseur Public Affairs

Geef uw reactie