Post-Brexit pensioenpartners in EU: Duitsland

​In het laatste blog over nieuwe pensioenallianties na Brexit kijken we hoe we kunnen samenwerken op pensioencommunicatie met Duitsland.

Blog

Met het  vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft Nederland dringend  behoefte aan nieuwe samenwerkingen. Verschillende pensioenonderwerpen raken hieraan; eerder bespraken we duurzaam beleggen in Frankrijk en een adequaat pensioen in Denemarken. Ditmaal kijken we naar digitale pensioencommunicatie, en wat een buurland als Duitsland hierin betekent.

Mobiele werknemers

Het ontbreken van gesloten landsgrenzen binnen de Europese Unie biedt mogelijkheden tot werken over de grens. Zo is Duitsland voor ons niet alleen één van de belangrijkste handelspartners, maar huisvest de grote oostelijke grensregio ook veel van deze ‘mobiele werknemers’. Werken in een ander land heeft gevolgen voor het pensioen van deze groep.

Dit leidt tot vraagstukken bij de deelnemer: waar bouw ik mijn pensioen op? Hoe kan ik dit inzien? En op welke manier kan ik mijn pensioen meenemen? Ook voor pensioenfondsen en de overheid is het nuttig om helder inzicht te hebben in pensioenen van grenswerkers.

Het scheppen van duidelijkheid hierover begint bij de manier waarop over pensioenen wordt gecommuniceerd. Om dit voor elkaar te krijgen is het goed om gezamenlijke afstemming met buurlanden op te zoeken.

Duitsland kent een lange pensioentraditie van gedecentraliseerde communicatie. Sinds kort  wordt in dit land een debat gevoerd over het behoud van privacy bij het vormen van nieuwe regels hierover.

Het samenbrengen van vernieuwing in de Duitse regelgeving is dus moeilijk, maar gestroomlijnde communicatie is uiteindelijk goed voor het pensioen van grensoverschrijdende werkers. Hoe bieden we deze deelnemers een helder beeld van hun pensioen? Dit is een vraagstuk waar Brussel zich in het verleden al over gebogen heeft.

Europese initiatieven

Zo bevatte de herziene IORP II-richtlijn voorschriften over waar het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) aan moet voldoen. Nederland voldeed al voor een groot deel aan de eisen uit de richtlijn, maar nu moeten alle pensioenfondsen in Europa dezelfde informatie verschaffen aan hun deelnemers.

Een ander initiatief is opgezet door pensioenorganisaties uit vijf Europese landen en richt zich op het ontwikkelen van een dienst om pensioengegevens samen te brengen. Het zogeheten TTYPE-project startte  in 2013 vanuit de Nederlandse, Duitse, Belgische, Deense en Britse pensioensectoren. Dit werk, waar ook PGGM een rol in speelde, is er op gericht informatie over pensioenen in Europa aan elkaar te verbinden en zo beter toegankelijk te maken.

Een eindrapport uit 2016 bracht advies uit aan de Europese Commissie, waarin werd gesteld dat een vrijwillig Europees pensioenregister (ook wel European Tracking Service of ETS) haalbaar en waardevol is. Eerder dit jaar kreeg het project een nieuwe impuls door een extra bijdrage vanuit de Europese Unie.

De komende drie jaar wordt dan ook een werkende pilot ontwikkeld. Het programma moet niet alleen algemene informatie gaan bieden over grensoverschrijdende pensioenen, maar ook nationale pensioenregisters aan elkaar koppelen. Zo heeft de deelnemer een helder beeld van zijn pensioenopbouw in minstens vijf lidstaten.

Binnen Duitsland wordt intussen de discussie gevoerd over het centraler vormgeven van het nationale pensioenregister. Tegelijkertijd trok PGGM voor het ETS-project al eerder op met Duitse partners om op basis van best practices eigen initiatieven te lanceren en zo pensioencommunicatie te verbeteren.

Die samenwerking biedt mobiele werknemers in Europa een heel zichtbaar resultaat. Al met al heeft het tonen van karakter en elkaar opzoeken in gezamenlijke behoeften zich dan ook duidelijk bewezen bij het verbeteren van pensioencommunicatie tussen buurlanden.

Er is geen reden tot koudwatervrees bij lidstaten. Het aangaan van een dergelijke gelegenheidsalliantie  biedt de kans om grote problemen behapbaar te maken en samen op te lossen. Of het nu gaat over pensioencommunicatie, een adequate uitkering of duurzame financiering: wanneer een pragmatische en realistische benadering de boventoon voert, kunnen landen van elkaar blijven leren en meer gezamenlijk gewicht brengen in Europa.

Manager international Public Affairs

Adviseur Public Affairs

Stagiair Public Affairs

Geef uw reactie