Strengere regels, maar meer stabiliteit

​Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken heeft de hoofdlijnen van het nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK) bekendgemaakt. De regels voor pensioenfondsen worden enerzijds strenger, maar bieden aan de andere kant ook meer ruimte voor stabiele sturing, stelt Stef Vermeulen vast.

Blog

Op vrijdag 4 april heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tweede Kamer een brief gestuurd over haar plannen voor het nieuwe FTK. Het zijn nog hoofdlijnen; de uitgewerkte wetgeving is nog niet openbaar en is door Klijnsma voor advies naar de Raad van State verzonden.
Toch hebben we in deze quickscan al een paar aandachtspunten eruit kunnen lichten. En een paar belangrijke vraagtekens hebben we ook bij de brief van Klijnsma.

Hogere buffers

In het nieuwe FTK moeten fondsen hogere buffers opbouwen. Het Vereist Eigen Vermogen (VEV) stijgt bij een gemiddeld fonds met ongeveer 5%. Dit heeft tot gevolg dat de toeslagverlening van de meeste pensioenfondsen, zeker op de korte termijn, onder druk staat.

Compleet contract

Pensioenfondsen moeten vooraf hun stuurregels expliciteren. Zo weten deelnemers vooraf beter waar ze aan toe zijn.


Direct ingrijpen en schokken uitsmeren

Fondsen mogen in geval van een te lage dekkingsgraad niet wachten met herstelmaatregelen, maar moeten onmiddellijk ingrijpen. Het herstel mag worden uitgesmeerd over een periode van 10 jaar.

Extra verdeelregels voor de indexatie

Doel hiervan is een evenwichtige verdeling over de generaties en het voorkomen van te vroeg uitdelen van financiële meevallers. Het is nog niet duidelijk hoeveel beleidsvrijheid pensioenfondsen straks hebben in hun indexatiebeleid.

Stabiele, kostendekkende premie

Pensioenfondsen mogen de premie dempen via een tienjaars rentemiddeling of via verwacht rendement. Bij het verwachte rendement moet dan wel rekening worden gehouden met de indexatieambitie. Het doel van deze dempingsmogelijkheden is premiestabiliteit. Het is per fonds verschillend of door de nieuwe regels druk ontstaat op de premiehoogte.

Twaalfmaands middeling van de dekkingsgraad

Doel hiervan is om de afhankelijkheid van beleidsbeslissingen van de dagkoersen op de financiële markten te verkleinen.

Drie vraagtekens

  • De brief meldt niets over de haalbaarheidstoets of aanpassingen in het prudent person beginsel.
  • Ook wordt in de brief van april niet ingegaan op de discontovoet voor de waardering van de pensioenverplichtingen. Die blijft waarschijnlijk een nominale rentetermijnstructuur inclusief ultimate forward rate (UFR). Doordat de indexatiedoelstelling overeind blijft, is er dus sprake van een contract met twee doelstellingen, waarin de beleggingsspagaat blijft bestaan.
  • In de brief zegt de staatssecretaris niets over een levensverwachtingaanpassingsmechanisme (LAM). Met behulp van het LAM konden na een schok in de levensverwachting direct, gespreid in de tijd, nominale kortingen worden toegepast. Het is afwachten of deze optie in de definitieve wetgeving een plek heeft.

Conclusie

Het nieuwe FTK is aan de ene kant dus strenger dan het huidige FTK (hogere buffers, direct ingrijpen), maar geeft aan de andere kant meer ruimte voor stabiele sturing (schokken uitsmeren, twaalfmaands dekkingsgraadmiddeling). De uitwerking van de extra verdeelregels voor indexatie en de vraag of er restricties komen op de hoeveelheid risico in het beleggingsbeleid zijn nog wel cruciale punten voor een definitief oordeel over het nieuwe FTK.

Lees meer over de ontwikkelingen in pensioenwetgeving in onze Quickscan (pdf).

Master Actuariaat & ALM

Geef uw reactie