Waarom infrabeleggingen goed bij pensioenfondsen passen

PGGM wil het percentage beleggingen in infrastructuur flink opvijzelen. ‘De projecten hebben een looptijd van 25 jaar en een vergoeding gekoppeld aan de inflatie. Dat past goed bij onze klanten’, zegt Henk Huizing van PGGM in een interview met FD Pensioen Pro.

In de media

Lees het volledige artikel over de infrabeleggingen van PGGM hieronder:

PGGM: infrabeleggingen moeten aanzienlijk groeien

PGGM en bouwbedrijf BAM hebben sinds 2011 een gezamenlijk bedrijf: BAM PPP. Onlangs stak PGGM €100 mln extra in de samenwerking. Deze joint venture ontwerpt, bouwt, onderhoudt en financiert overheidsprojecten in West-Europa. ‘Het risico is laag, omdat de overheid debiteur is. Dat het illiquide beleggingen zijn, is geen probleem voor pensioenfondsen die het geld niet direct nodig hebben’, zegt Henk Huizing, sinds zes jaar hoofd infrastructuur bij de tweede pensioenbelegger van Nederland.

PGGM belegt 2,5% van het vermogen van €167 mrd in wegen, pijpleidingen, energie, water, telecom en overheidsgebouwen. In het nieuwe beleggingsbeleid van PFZW, verreweg de grootste klant van PGGM, staat dat alle beleggingscategorieën zullen worden beoordeeld op begrijpelijkheid, beheersbaarheid en kosten. Infrastructuur, waarin circa €3,5 mrd is gestoken, lijkt niet onder de categorieën te vallen die het fonds wil schrappen. ‘Het percentage infrastructuur kan de komende jaren nog flink groeien. In Canada zijn zelfs fondsen die meer dan 10% beleggen in infrastructuur’, zegt Huizing. ‘Maar groei kost wel tijd. Het duurt zes tot twaalf maanden voor een project rond is.’

PGGM maakt onderscheid tussen twee soorten infrastructuur. Enerzijds zijn er wegen en pijpleidingen waarvoor de gebruiker direct betaalt. Hierbij loopt de belegger soms het risico dat de vergoeding daalt, als minder een weg of pijpleiding minder wordt gebruikt dan verwacht. De andere categorie is sociale infrastructuur. Hierbij gaat het om gebouwen en wegen van de overheid waarvoor de gebruiker niet direct betaalt. De belegger in sociale infrastructuur loopt niet het risico dat er bijvoorbeeld minder auto’s over een weg rijden. De overheid betaalt voor de beschikbaarheid van de weg.

‘De exclusieve samenwerking met BAM maakt het mogelijk deel te nemen in dat soort kleinere projecten’, aldus Huizing. ‘Normaal gesproken stappen we pas in bij projecten met een eigen vermogen van ten minste €100 mln. Bij de publiek-private projecten van BAM PPP gaat het om enkele tientallen miljoenen euro’s per project.’ Bovenop het eigen vermogen wordt vreemd vermogen aangetrokken. ‘Soms is er 80% tot 90% vreemd vermogen. Banken zien dit ook als projecten met een gering risico.’

Verbreding snelweg

Bij de infrastructuurprojecten wordt PGGM geen eigenaar van de olieleidingen, elektriciteitsmasten of (lucht)haven. ‘Dat is het verschil met vastgoed. Als je belegt in vastgoed word je eigenaar van de stenen. Bij infrastructuur draait het om concessies met een looptijd van 25 tot 30 jaar. De overheid betaalt bijvoorbeeld een vergoeding aan BAM PPP voor het onderhoud van een stuk snelweg. BAM PPP moet ervoor zorgen dat die weg beschikbaar is en in goede staat verkeert.’

Vijf Nederlandse projecten van PGGM/BAM

  • A59
  • Verbreding N27 tussen Utrecht en Veenendaal
  • Verbreding N33 tussen Assen en Zuidbroek
  • Nieuwbouw Hoge Raad in Den Haag
  • Justitieel complex Schiphol

Buitenlandse projecten

  • Gevangenissen in België, Duitsland en Zwitserland
  • Scholen en ziekenhuizen in Groot-Brittannië en Ierland
  • Wegen in Duitsland
  • Brug in België

In Nederland is BAM PPP onder meer betrokken bij de verbreding van de N33 tussen Assen en Zuidbroek, de nieuwbouw van de Hoge Raad in Den Haag en het justitieel centrum Schiphol. In Engeland en Ierland bouwt en onderhoudt het bedrijf scholen en ziekenhuizen. In België, Duitsland en Zwitserland heeft BAM PPP gevangenissen neergezet.

In totaal had PGGM al €425 mln toegezegd. Bijna de helft is gestoken in twaalf projecten in de exploitatiefase. Zo’n €86 mln is toegewezen aan vijf projecten in uitvoering. Door de extra €100 mln kan BAM PPP de komende jaren meer overheidsprojecten aan.

Weinig risico

Volgens Huizing is het risico bij dit soort constructies gering. ‘Ten eerste is de overheid de debiteur. Ten tweede loopt de belegger bij een snelweg geen volumerisico, zoals bij een tolweg. Daar dalen de inkomsten als er minder auto’s rijden dan verwacht. Ten derde is er geen risico bij force majeure, zoals een overstroming. Alleen als de weg niet beschikbaar is als gevolg van verwijtbaar gedrag van BAM kan de overheid een boete inhouden op de afgesproken vergoeding.’

Bij de constructie met een concessie loopt de vertrekker van eigen vermogen verder geen restwaarderisico. Aan het eind van het contract moet de overheid op zoek naar een andere partij die het onderhoud wil doen. Het is ook mogelijk dat het contract wordt verlengd.

Rendement

Het lagere risico leidt tot een lagere vergoeding, maar de opbrengsten zijn een stuk hoger dan bij obligaties. ‘Gemiddeld is de vergoeding 10%’, aldus Huizing. Als de belegger een deel van het volumerisico draagt, zoals bij een tolweg of luchthaven, is het rendement hoger. Bij een operationeel windpark op zee valt het rendement lager uit.

Volgens Huizing zijn de kosten van de samenwerking met BAM lager dan via andere partijen beleggen in infrastructuur. ‘Dan ben je al snel 2,5% aan vermogensbeheerkosten kwijt. Bovendien heb je minder invloed op de keuze van de projecten dan bij de samenwerking met BAM waarmee we maandelijks vergaderen.’

BAM PPP selecteert de projecten waarop wordt ingeschreven. ‘Wij kunnen besluiten niet mee te doen, omdat een project niet past binnen onze afspraken. Tot nu toe hebben we ingestemd met vrijwel alle projecten. Na de bouw gaat 80% van de concessie naar PGGM. Op die manier speelt BAM kapitaal vrij voor andere projecten.’

Het verschil met de participatie bij andere infrastructurele projecten is dat PGGM al vanaf dag een bij de bouwwerken is betrokken. Huizing: ‘Het is gebruikelijk dat een bouwonderneming een weg of een school bouwt en latere de concessie doorverkoopt aan een institutionele belegger.’

De constructie van PGGM en BAM is uniek in Nederland. In Groot-Brittannië heeft PGGM een vergelijkbare samenwerking met Land Lease. ‘Het verbaast me dat andere partijen het model nog niet hebben overgenomen’, aldus Huizing. Voor de bouwer is het voordeel dat die bij een bieding kan laten zien dat er een grote partij met diepe zakken achter hem staat die zorgt voor de financiering.’ Of BAM hierdoor meer biedingen wint, kan Huizing niet zeggen.

BAM PPP heeft ingeschreven op circa twintig projecten. Het zijn spannende weken voor de bouwers en de beleggers. Voor de zomervakantie wordt van ten minste drie projecten bekend of ze aan BAM PPP worden gegund.

Bron: FD Pensioen Pro

PGGM

Geef uw reactie