Huishoudelijke hulp belandt in zwarte circuit

​De huishoudelijke hulp belandt meer en meer in het zwarte circuit. Belangrijkste aanleiding hiervoor is dat cliënten binnen de huidige wet WMO minder vaak een indicatie voor huishoudelijke hulp krijgen. Wie dergelijke hulp toch nodig heeft, regelt dat nu doorgaans zwart. Huishoudelijke hulpen accepteren zwart werken bij gebrek aan een formeel alternatief.

Persbericht

Dat blijkt uit een enquête onder 6977 leden van PGGM&CO, de ledenvereniging van pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM. Onder hen zijn cliënten, huishoudelijke hulpen en mantelzorgers, maar ook een diverse groep professionals uit de zorg- en welzijnssector.

In de nieuwe WMO, die in 2015 van kracht is geworden, wordt meer nadruk gelegd op de zelfredzaamheid van de cliënt en de steun die mantelzorgers kunnen bieden. Deze insteek heeft er toe geleid dat een indicatie minder snel wordt afgegeven. Wie nog wel een indicatie voor huishoudelijke hulp krijgt, krijgt meestal minder tijd toegewezen.

Uit de enquête blijkt dat cliënten die eenmaal hulp via het zwarte circuit ontvangen, weinig behoefte hebben om uit deze markt te stappen of om een formeel contract te sluiten met de huishoudelijke hulp. Naar verwachting zal het aantal huishoudelijke hulpen dat zwart werkt hierdoor groeien.
 
De helft van de huishoudelijke hulpen geeft aan bereid te zijn om zwart te werken, zodat hun cliënt de vaste hulp kan behouden. Momenteel heeft 62% van de huishoudelijke hulpen geen vertrouwen in het krijgen van een baan binnen een jaar en heeft 68% geen opleiding gevolgd. Dit biedt hen weinig toekomstperspectief binnen de sector en lijkt een prikkel tot meer  zwartwerk.

Van de cliënten met een indicatie krijgt 87% één tot drie uur huishoudelijke hulp per week toegewezen. In ongeveer de helft van de gevallen is dit voldoende om de taken uit te voeren. Als deze hulp zou wegvallen, zou 41% van de cliënten dat niet kunnen opvangen door bijvoorbeeld familie of vrienden in te schakelen.

Van de cliënten die particuliere zorg inkopen, krijgt 76% één tot drie uur per week huishoudelijke hulp. In 86% van de gevallen is dat voldoende. Ongeveer een kwart van alle cliënten ontvangt naast betaalde huishoudelijke hulp ook nog hulp van een familielid.

 

De resultaten van de enquête worden gepresenteerd op het Nationaal Symposium Huishoudelijke Hulp: ‘Niet zorgen maar poetsen’ dat op 13 juni 2016 bij PGGM wordt gehouden.

Lees hier onze brochure over de ledenenquête.

==

Noot: u bent van harte welkom om bij het symposium aanwezig te zijn. Graag vooraf aanmelden via MaatschappelijkeAgenda@pggm.nl.

Over PGGM
De coöperatie PGGM biedt institutionele klanten: vermogensbeheer, pensioenbeheer en bestuursadvisering. Op 31 december 2015 beheerde PGGM voor diverse pensioenfondsen een vermogen van EUR 183,3 miljard. Als coöperatie helpt PGGM haar ongeveer 700.000 leden bij het realiseren van een waardevolle toekomst. Daarnaast ontwikkelt PGGM – zelf of met strategische partners – innovatieve toekomstvoorzieningen door pensioen, zorg, wonen en werken met elkaar te verbinden.

PGGM

Geef uw reactie