15 procent PGGM-beleggingen in lijn met SDG’s

PGGM heeft vastgesteld welke beleggingen bijdragen aan de SDG’s, de duurzaamheidsdoelen van de VN. Nu moeten we focussen op de impact van de beleggingen, schrijven Pleuni de Kind en Rui Chang.

Blog

Ruim 15 procent van de beleggingsportefeuille van PGGM draagt bij aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN). Dit presenteerden we onlangs in het PGGM jaarverslag verantwoord beleggen 2018. Het gaat om 33,8 miljard euro aan beleggingen in bedrijven en projecten die oplossingen bieden voor de grootste maatschappelijke uitdagingen wereldwijd.

De VN heeft oplossingen voor deze uitdagingen vertaald naar 17 doelen: de UN Sustainable Development Goals (SDG’s). Beleggingen in de SDG’s noemen wij Sustainable Development Investments: SDI’s.

Dit SDI-volume beschouwt PGGM nog niet als eindresultaat. Het is slechts een eerste stap in het bepalen van impact: de tastbare bijdrage van onze beleggingen aan een duurzamere wereld.

Alleen door een SDG-label te plakken op beleggingen en op te tellen verandert er nog niks. We werken toe naar het verkleinen van de negatieve impact die beleggingen kunnen hebben op de wereld, het vergroten van de positieve impact en het meten van deze impacts: hebben onze beleggingen onderaan de streep daadwerkelijk bijgedragen aan het bereiken van de SDG’s?

Duurzame oplossingen

Om dat te weten te komen hebben we eerst geïdentificeerd welke producten en diensten van bedrijven we als duurzame oplossingen kunnen zien. We hebben daartoe in 2017 samen met APG de ‘SDI Taxonomies’ gepubliceerd: een classificatiesysteem met belegbare oplossingen per SDG.

Naast deze taxonomieën hebben we beslisregels ontwikkeld: onder welke voorwaarden en omstandigheden levert een onderneming oplossingen die daadwerkelijk duurzaam zijn? Vervolgens hebben we in 2018 de beleggingsportefeuille langs deze SDI-taxonomieën en beslisregels gelegd en daarmee de SDI’s in portefeuille geïdentificeerd.

Met het SDI-volume drukken we uit hoeveel euro belegd is in bedrijven en projecten die bijdragen aan de SDG’s. Zoals gezegd is daarmee nog niet duidelijk wat de impact van deze beleggingen is.

Het meten van positieve tastbare impacts – zoals het aantal kWh hernieuwbare energie gegenereerd, het aantal m3 water bespaard of het aantal levens verlengd – doen we al vier jaar voor onze Beleggingen in Oplossingen (BiO). Dit zijn beleggingen die bijdragen aan vier maatschappelijke thema’s die te vertalen zijn naar 5 van de 17 SDG’s: klimaatverandering (SDG 7) en vervuiling (SDG 12), waterschaarste (SDG 6), voedselzekerheid (SDG 2) en gezondheidszorg (SDG 3).

Voor de overige SDI’s meten we nog geen impact. Om de echte bijdrage aan duurzame ontwikkeling te kunnen bepalen is dit een noodzakelijke toekomstige stap.

De resultaten

Een groot deel van het SDI-volume van 33,8 miljard euro is belegd in vastgoed (SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen). Een ander groot deel van het SDI-volume is belegd in de gezondheidszorg (SDG 3: Gezondheid en welzijn) en in oplossingen voor het klimaat (SDG 7: Betaalbare en schone energie en SDG 13: Klimaatactie). Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de verdeling van het SDI-volume over de verschillende SDG’s.

Klik voor vergroting op de afbeelding

In de afbeelding is te zien dat de beleggingen niet alle 17 SDG’s omvatten: SDG’s 5, 8, 10, 14, 16 en 17 ontbreken. Dit komt doordat we hiervoor geen of nauwelijks belegbare oplossingen hebben kunnen vinden, althans niet in termen van producten en diensten.

SDI beperkt zich dus tot oplossingen via producten en diensten. Daarop hebben we een enkele uitzondering gemaakt: soms levert een bedrijf niet via een product of dienst, maar via zijn bedrijfsvoering een dusdanig grote bijdrage aan een of meer SDG’s dat we dit bedrijf hebben aangemerkt als ‘Acknowledged Transformational Leader’ (ATL).

Hoe hebben we SDI’s geïdentificeerd?

Als een voornamelijk passief belegger in beurgenoteerde ondernemingen is het aantal ondernemingen waarvan wij duurzaamheidsdata nodig hebben enorm. Daarom hebben wij gebruik gemaakt van dataleverancier Vigeo Eiris, die een groot aantal beursondernemingen heeft geanalyseerd op hun bijdrage aan duurzame ontwikkeling. Voor andere beleggingscategorieën, waarin wij actief beleggen, hebben we de SDI-classificatie zelf gedaan.

SDI-classificatie klinkt misschien gemakkelijk; dat was het niet. In de praktijk liepen we tegen vele uitdagingen aan. We bespreken de drie belangrijkste uitdagingen hieronder.

Uitdaging 1: afwegen van positieve tegen negatieve impacts
De wereld van duurzame oplossingen is niet zwart-wit, of “grijs-groen”. Het is vaak niet meteen duidelijk aan welke SDG’s een bedrijf bijdraagt. Een voorbeeld: kunstmest draagt bij aan voedselzekerheid, omdat dit product zorgt voor hogere landbouwopbrengsten. Dit is hard nodig voor de snel groeiende wereldbevolking. Tegelijk veroorzaakt de productie van kunstmest veel CO2-uitstoot en overmatig gebruik veroorzaakt watervervuiling. Is kunstmest dan een duurzame oplossing?

De meeste bedrijven en projecten hebben zowel positieve als negatieve impacts. Het is een uitdaging om deze tegen elkaar af te wegen. Een ander voorbeeld: elektrische auto’s dragen bij aan minder CO2-uitstoot, maar batterijen, een van de essentiële componenten van deze auto’s, veroorzaken chemisch afval. Dit is schadelijk voor het milieu. Bovendien worden mensenrechten en arbeidsrechten vaak geschonden in de mijnen waar de grondstoffen voor batterijen, lithium en kobalt, worden gewonnen.

Er is dus geen ondubbelzinnig antwoord op de vraag of elektrische auto’s en kunstmest “goed” of “slecht” zijn. In deze eerste SDI-classificatie hebben we ons vooral gericht op de positieve bijdragen van producten en diensten. In toekomstige metingen willen we de negatieve impacts beter meenemen.

Uitdaging 2: gebrek aan data
Misschien wel de grootste uitdaging was het gebrek aan data over de bijdrage van producten en diensten aan de SDG’s. Nog niet veel bedrijven rapporteren hierover. Ook wordt nog maar weinig gerapporteerd over de omzetpercentages van duurzame producten en diensten. Deze gebruiken wij om te bepalen welk deel van onze belegging in het bedrijf we als SDI kunnen tellen.

Nóg minder rapporteren bedrijven over de context waarin zij opereren. Voor beleggers is het daarom vaak lastig om de fysieke omgeving, de keten en de eindgebruiker te kennen. Zo kan een product dat in theorie een oplossing lijkt, in de praktijk geen oplossing bieden omdat het onbetaalbaar is voor de mensen die het het hardst nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan onderwijs: veel onderwijsinstellingen zijn privé en prijzig, waardoor zij niet toegankelijk zijn voor iedereen.

Tot slot is de databeschikbaarheid niet altijd even groot. Dit verschilt per beleggingscategorie. Voor bijvoorbeeld Infrastructuur hebben we toegang tot gedetailleerde rapportages van de fondsen en projecten waar we in beleggen en kennen we de beleggingen goed. In bijvoorbeeld Private Equity is dit vaak al lastiger: we kennen de fondsmanagers goed, maar hebben minder inzicht in hoe de onderliggende ondernemingen via hun producten en diensten bijdragen aan de SDG's

Uitdaging 3: duurzaamheid ontwikkelt zich (gelukkig!) snel
Een laatste noemenswaardige uitdaging is dat de wereld van duurzame oplossingen snel ontwikkelt. Door innovatie en regelgeving kunnen producten en diensten die we gisteren nog als duurzaam beschouwden, vandaag alweer vervangen zijn door een beter alternatief. Daarnaast kunnen producten die we vandaag nog niet kennen morgen op de markt komen als duurzame oplossing.

Door deze en andere uitdagingen is het SDI-volume dat wij over 2018 rapporteren niet definitief. Dit houdt in dat het volume de komende jaren kan wijzigen, niet alleen door een veranderde samenstelling van de portefeuille maar bijvoorbeeld ook door technologische ontwikkelingen of betere duurzaamheidsdata. Ook een betere classificatiemethode, waar wij de komende jaren aan blijven werken kan hiertoe leiden. Met de publicatie van het SDI-volume geven we het signaal af aan ondernemingen en de financiële sector dat wij de impact, net als het risico en het rendement van onze beleggingen, belangrijk vinden. Dát is onze echte bijdrage aan de SDG’s.

Advisor Responsible Investment

Jr. Advisor Responsible Investment

Geef uw reactie