Versobering markeert kantelpunt in denken over pensioen

​De Eerste Kamer heeft definitief ingestemd met de versobering van het Witteveenkader per 1 januari 2015. De aftopping van het pensioeninkomen op € 100.000 markeert een kantelpunt in het denken over pensioen.

In de media

​Dat zegt senior beleidsjurist Mark Boumans. De versobering is met name ingegeven door overheidsbezuinigingen. In tegenstelling tot eerdere wijzigingen in de fiscale faciliëring van pensioen, waar ook rekening gehouden werd met maatschappelijke ontwikkelingen.

Boumans deed samen met PGGM-collega Gina van Ginkel en Anouk Bollen-Vandenboorn en Elianne Janssen van de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de fiscale behandeling van pensioensparen. De resultaten van dit onderzoek worden in de vorm van een drieluik gepubliceerd in het wetenschappelijke vaktijdschrift Maandblad Belastingbeschouwingen (MBB). Het eerste deel '100 jaar omkeerregel' (pdf) is inmiddels gepubliceerd.

100 jaar omkeerregel

 
  • De omkeerregel - we betalen pas belasting over ons pensioen als we het uitgekeerd krijgen - bestaat 100 jaar, maar is terug te voeren naar de opvattingen van Adam Smith in The Wealth of Nations uit 1776.

Om de recente ontwikkelingen te kunnen duiden - zoals de versoberingsmaatregelen van het Witteveenkader - staat in dit deel het belang en de functie van de omkeerregel voor het Nederlandse pensioenstelsel centraal. 

Oorsprong en functie van de omkeerregel

Want hoe zat het ook al weer? De overheid riep de omkeerregel 100 jaar geleden in het leven om de opbouw van pensioen te stimuleren. De omkeerregel betekent dat de premie en de aanspraak onbelast is; de pensioenuitkering is te zijner tijd wel belast.

Waarom eigenlijk? Historisch gezien is de pensioenregeling opgetuigd vanuit de verzorgingsgedachte. De eerste wettelijke definitie van het begrip pensioen luidde als volgt en is tot op heden herkenbaar:

'Iedere regeling welke uitsluitend ten doel heeft de verzorging van den ouden dag van werknemers of gewezen werknemers en voorziening in het levensonderhoud van hunne weduwen en minderjarige kinderen, een en ander door middel van pensioen.'

Pensioenaanspraken hebben dus een verzorgingsdoelstelling en het karakter van toekomstig inkomen. Pas als het pensioen tot uitkering komt, kan het inkomen genoten worden en is belastingheffing gerechtvaardigd ('pay tax as you earn it'). Dat is ook logisch omdat tijdens de opbouwfase niet is te voorspellen hoeveel pensioenuitkeringen genoten zullen worden.

Neerwaartse stappen

 

  • De fiscale behandeling van pensioen staat de laatste tijd volop ter discussie. Zeker nadat het kabinet eind vorig jaar heeft aangekondigd om de verdere maximale fiscale opbouwpercentages te beperken en de omkeerregel te beëindigen voor pensioenopbouw boven een inkomen van € 100.000 (aftopping).

 
  • Inmiddels heeft de Eerste Kamer met de wijzigingen ingestemd. Met deze versoberingsmaatregelen van het Witteveenkader worden belangrijke neerwaartse stappen gezet in de fiscale faciliëring van pensioenen.

De norm verandert

De omkeerregel was altijd gekoppeld aan het uitgangspunt dat de werknemer een goed (adequaat) pensioen zou kunnen halen. De fiscale faciliteit is hierbij altijd volgend geweest. Daarin zien we nu een verschuiving. Duidelijk is dat de norm 'een adequaat pensioen' aan verandering onderhevig is. De fiscaliteit blijkt inmiddels een sturend instrument geworden dat de overheid inzet om de (kosten van) pensioenopbouw te verlagen.

De discussie rond de omkeerregel die we de laatste tijd zien, richt zich dan ook niet zozeer op de systematiek, als wel op het niveau tot waar de overheid fiscale faciliteit wil verlenen om een oudedagsvoorziening op te bouwen.

Omkeerregel brengt stabiliteit op langere termijn

Een belangrijk voordeel - juist in het licht van de begrotingsdruk voor de overheid op de langere termijn - is de stabiliteit die de omkeerregel met zich meebrengt. Doordat niet alleen werkende mensen, maar ook gepensioneerden belasting betalen, zijn de overheidsinkomsten groter. Ook is de belastingdruk beter verspreid over de bevolking. Grote schokken in de bevolkingssamenstelling hebben een kleiner effect op de overheidsinkomsten. Op het moment dat de collectieve uitgaven toenemen door de vergrijzing, blijft als gevolg van de omkeerregel toch een constante stroom van belastingen binnenkomen waaruit deze uitgaven betaald kunnen worden. De omkeerregel behoedt de overheid dus voor forse schommelingen in belastinginkomsten ten tijde van demografische schommelingen.

Netto pensioen

Met de keuze van de overheid voor verlaging van de pensioenambitie, worden twee doelen gediend: bezuiniging en stimuleren van de koopkracht. Dit neemt niet weg dat de behoefte blijft bestaan aan de opbouw van een adequate oudedagsvoorziening.

De recente ontwikkelingen laten zien dat gezocht wordt naar mogelijkheden binnen het netto-pensioensparen om de opbouw van de oudedagsvoorziening te optimaliseren. In het tweede deel van het onderzoek staat daarom de vraag centraal welke betekenis netto pensioen kan spelen in het pensioenstelsel en wat de meerwaarde van netto pensioen kan zijn als oudedagsvoorziening. In de juni-uitgave van MBB wordt het laatste deel van het drieluik gepubliceerd. Daarin staan de mogelijkheden van zelfstandig (pensioen)sparen centraal. Beide delen worden binnenkort op pggm.nl gepubliceerd.

Lees het volledige artikel: deel I van het drieluik '100 jaar omkeerregel' (pdf).

Senior beleidsjurist

Geef uw reactie