• 04 mei 2017
  • Blog
  • Pensioen

Individueel bezwaarrecht versus collectief belang

Ook als sociale partners een pensioenregeling collectief wijzigen, eist de wet individuele instemming als de wijziging ook consequenties heeft voor het opgebouwde pensioen.
Marianne Van Gelder 480X480 Pggm

Marianne van Gelder

Pensioenjurist
Emmie Lewin 480X480 Pggm

Emmie Lewin

Bestuursadviseur

Marianne van Gelder en Emmie Lewin betogen in het Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken van april 2017 dat dat eigenlijk helemaal niet zo logisch is.

De huidige wettelijke eis van individuele instemming bij wijziging van opgebouwd pensioen is actueel, omdat er een grote stelselwijziging aanstaande lijkt. Maar de kwestie is ook van belang in het licht van de voortgaande consolidatie in de pensioensector. Een duurzame levensvatbaarheid van een pensioenregeling vraagt soms om aanpassing aan veranderende omstandigheden. Als sociale partners kiezen voor een wijziging van een pensioenregeling, kan het grote nadelen hebben als bestaande pensioenen daar (geheel of gedeeltelijk) niet bij betrokken mogen worden. Nadelen voor bijvoorbeeld uitvoering en communicatie, maar ook voor een evenwichtig pensioenresultaat voor allen. Als niet iedereen meedoet, kan het de solidariteit tussen generaties immers (deels) doorsnijden. Er zijn dus situaties, waarin naar onze mening individuele belangen moeten wijken voor het collectieve belang.

Dit is zowel in het CAO-recht als in het arbeids- en pensioenrecht heel normaal. Bij het aangaan of wijzigen van een pensioenovereenkomst kunnen sociale partners afspraken maken, die individuele werknemers (en werkgevers) binden. Contractvrijheid en tweezijdigheid staan voorop, maar het gaat nadrukkelijk om de contractvrijheid en de tweezijdigheid van werkgevers en werknemers op collectief niveau.

Het is goed te begrijpen dat de wetgever voorzichtig is geweest bij veranderingen van het al opgebouwde pensioen. Bescherming van bestaande pensioenen is immers de kern van de Pensioenwet. Die voorzichtigheid komt op veel verschillende manieren tot uiting. Zo heeft een pensioenfondsbestuur de plicht tot evenwichtige afweging van belangen, moeten belangrijke besluiten worden voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan en zijn er voorschriften voor de samenstelling en de deskundigheid van het bestuur. De belangen van alle groepen moeten dus altijd zorgvuldig afgewogen worden, ook door vertegenwoordigers van de belanghebbenden. Al deze waarborgen maken de mogelijkheid tot een individueel bezwaar overbodig. Sterker nog, een individueel bezwaar beperkt juist de evenwichtige belangenweging: de belangen van ieder afzonderlijk individu wegen dan per definitie het zwaarst.

Wat wij voorstellen is een wettelijk vastgelegde mogelijkheid tot tweezijdige wijziging van het opgebouwde pensioen op collectief niveau. Dit doet recht aan het duurkarakter van de pensioenovereenkomst én aan de in de pensioenovereenkomst besloten solidariteit.

Lees hier het artikel uit het tijdschrift Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken.

Artikel delen of printen

klik op het icoon