• 08 apr 2020
  • Blog
  • Pensioen
Gettyimages 1098410490

Tienduizend scenarios voor UPO-berekening onnodig

​DNB verhoogt het aantal scenario’s voor het berekenen van de scenariobedragen voor het UPO van tweeduizend naar tienduizend. Dit levert nauwelijks meerwaarde, maar maakt de uitvoering van pensioenen wel duurder, schrijft Luuk van Benthem.'
Luuk Van Benthem 480X480 Pggm

Luuk van Benthem

Senior ALM-adviseur
Emmie Lewin 480X480 Pggm

Emmie Lewin

Bestuursadviseur

Vanaf eind september 2019 kunnen deelnemers op www.mijnpensioenoverzicht.nl inzicht krijgen in de onzekerheid van hun pensioenuitkering. Naast een verwachte aanspraak wordt ook de pensioenaanspraak getoond in scenario’s voor goed- en slecht weer. Die is uitgerekend op basis van de uniforme rekenmethodiek (URM). Dit jaar zullen deze bedragen ook op het uniform pensioenoverzicht (UPO) te zien zijn.

Veel rekenwerk

Het rekenwerk achter de scenariobedragen is niet eenvoudig. PGGM heeft gekozen voor de zogenaamde generieke methode, waarbij we voor iedere deelnemer het pensioen in tweeduizend toekomstige economische scenario’s doorrekenen en een slecht (5% percentiel), verwacht (50% percentiel) en goed-weer (95% percentiel) pensioen vaststellen.

Het aantal berekeningen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen) dat nodig is voor één deelnemer is al snel enkele honderdduizenden tot miljoenen, wat een pensioenfonds meerdere keren per jaar uitvoert.

Grote spreiding mogelijke uitkomsten

De onzekerheid die volgt uit deze berekening is significant. Het slecht weerscenario wijkt snel 25 procent af van het verwachte pensioen, en we zien zelfs uitschieters tot 50 procent voor bepaalde type jonge deelnemers. Bij DB-regelingen komen deze afwijkingen voort uit (niet) gegeven indexaties en kortingen, bij DC-regelingen door ontwikkeling van rendement en rente. De scenariobedragen zijn daarom een goed instrument om de verwachtingen van deelnemers te managen, het laat immers duidelijk zien dat pensioen onzeker is.

Dit kan ook handelingsperspectief bieden. Een deelnemer kan bijvoorbeeld langer doorwerken of extra pensioen sparen als hij de slecht weeruitkomst als onvoldoende beschouwt. Echter, hierbij moeten de bedragen vooral als richtinggevend worden beschouwd. De spreiding is groot en de getoonde bedragen zijn een van de vele mogelijke uitkomsten.

Meer precisie onnodig

Vanwege de grote spreiding is de exacte hoogte van de scenariobedragen minder van belang. Toch is het de intentie om de scenariobedragen nog preciezer vast te stellen. In 2019 adviseerde de Commissie Parameters om met ingang van 2022 de scenariobedragen verplicht te laten uitrekenen met tienduizend in plaats van tweeduizend scenario’s.

De volgende analogie kan hier gemaakt worden: als je tien keer kop of munt gooit, is de kans best groot dat het aantal keer munt niet vijf is. Maar als je duizend keer gooit, is de kans wél groot dat het aantal keer munt relatief dicht bij vijfhonderd ligt. Deze redenatie doortrekkend naar scenariobedragen weet je dat deze bij tienduizend scenario’s nauwkeuriger worden berekend dan bij tweeduizend.

Onzekerheid In De Scenariobedragen Februari 2020

Deze ‘winst’ illustreren we met deze figuur. In de figuur geeft de blauwe lijn de totale verdeling van de pensioenaanspraak op de pensioenleeftijd weer voor een nu 57-jarige deelnemer. De egaal gekleurde lijnen laten de scenariobedragen voor deze deelnemer zien. De verwachte uitkering is circa 17 duizend euro en de slechtweeruitkomst 10.600 euro, een marge van ruim zesduizend euro.

Beperkte meerwaarde van meer scenario’s

Bij tweeduizend scenario’s weten we eigenlijk niet helemaal zeker of de slecht weeruitkomst 10.400 of 10.800 euro is, of iets daar tussenin. Bij tienduizend scenario’s is deze marge afgenomen naar tussen de 10.500 en 10.700 euro. Hoewel sprake is van een halvering van de marge, heeft dit helemaal niets veranderd aan de boodschap voor de deelnemer, namelijk dat het slecht weerscenario een stuk lager uitvalt dan de verwachte uitkomst.

Ook het handelingsperspectief van de deelnemers verandert niet. Wie verder wel eens betrokken is geweest bij ALM-studies, weet dat er daarnaast ook al veel onzekerheid zit in de scenario’s die ten grondslag liggen aan dit soort berekeningen. Iets andere aannames ten aanzien van de economische uitgangspunten resulteert in veel grotere afwijkingen dan de winst die hier wordt behaald met meer scenario’s. Zo kunnen de scenariobedragen tot 10 procent afwijken van een voorgaand jaar als er in een volgend jaar nieuwe economische uitgangspunten gelden.

Deze toename van het aantal scenario’s werkt negatief uit op de uitvoeringskosten van pensioenfondsen: de ongelofelijke hoeveelheid berekeningen die we nu al maken, wordt straks nogmaals vervijfvoudigd. Dit betekent dat meer computers moeten rekenen, en het kan ook de doorlooptijd van de berekening negatief beïnvloeden.

Onze wens is dat deze regelgeving wordt teruggedraaid. Laten we het doel van de uniforme reken methodiek niet uit het oog verliezen, namelijk beter verwachtingsmanagement over de onzekerheid van pensioen. Deze enorme toename van het aantal berekeningen draagt daar niet aan bij.

Meer achtergrondinformatie is te vinden in een artikel in het vakblad voor actuarissen ‘De Actuaris’, van Luuk van Benthem & Roeland Wulffraat, zie hiervoor deze link.

HH 82585799

Artikel delen of printen

klik op het icoon